De kalklijnen van Raoul De Keyzer

Schreef ik onlangs een gedicht dat begint met de regels:

mis ik de kalklijnen, iemand

die je terugfluit als je daarbuiten

 

RDK561

Raoul De Keyser
Untitled
1988
167 x 124 cm
oil on canvas

Het was zeker niet bewust, maar misschien dacht ik tijdens het schrijven van deze openingsregels wel aan de schilderijen die Raoul De Keyzer maakte van kalklijnen op voetbalvelden. Nu goed, achteraf kwam ik erachter dat die twee regels wel heel goed aansluiten bij die werken. Hoewel De Keyzer zijn beelden op het eerste zicht abstract overkomen, is het toch duidelijk dat hij vaak vertrekt vanuit een waarneming, een zintuiglijke prikkel. Impressie. Denk hierbij aan een zeildoek, een het net in een voetbalgoal of, zoals hierboven, kalklijnen. De Keyzers werken hebben iets troebel, iets vlekkerig. Alsof je er naar kijkt met tranen in de ogen, terwijl je daarom niet ontroerd bent. Maar de realiteit blijft altijd het uitgangspunt, ook voor de toeschouwer.

De werken van de ‘stukken voetbalveld’ zijn uitgepuurde waarnemingen. Een groen vlak en een witte lijn. Meer niet. De werken ogen vochtig, de witte lijnen en de groene vlakken lijken niet van elkaar gescheiden, de geometrische patronen zijn een illusie. Het groen infiltreert in het wit en vice versa. Wat we hier zien is niet een gebeurtenis, maar een situatie. Een proces. Het werk is fundamenteel onaf. Niet alleen in wat het toont, maar ook in de manier waarop het dat toont. Alles zit in een overgang. De realiteit – het gras en de kalklijnen – wordt gekaderd in een vloeibaar beeld.

Je zou dit werk nostalgisch kunnen lezen. De toeschouwer zoekt houvast in een abstract werk en vindt die houvast in een witte lijn, die het hele werk kadert als een representatie van een voetbalveld. De toeschouwer denkt terug aan de tijd van toen hijzelf voetbalde, en de geometrie van het voetbalveld bepaalde spelregels oplegde aan de werkelijkheid. Al kan de vormvastheid van het voetbalveld evenzeer voor iemand anders de muren van een huis zijn of ‘het gezin’. De toeschouwer wiens blik eerst verdrinkt, vindt plots een stukje realiteit. Niet het kijken naar de werkelijkheid, maar het ervaren van die werkelijkheid.

Die houvast bedriegt op zijn beurt. Het vlot blijkt zelf gemaakt van water. Voor mij gaat dit werk over de vloeibaarheid van de werkelijkheid. Het weergeven van ogenblikkelijkheid is een modernistische illusie. De geometrische voorstelling van die werkelijkheid eveneens. Elke vorm zit altijd in een overgang, is verleden, heden en toekomst tegelijk. Elke vorm is een proces, en is daarom vormeloos, vloeibaar. De werkelijkheid is een schimmel.

Daarom raakt dit werk mij: omdat het mij herinnert, omdat het mij doet verlangen naar de illusie van vormvastheid. Een illusie die de tijd onherroepelijk aan diggelen slaat. Kalklijnen worden horizonnen. Dat heeft dan ook weer zijn voordelen natuurlijk.