Nominatie Poëzieprijs Melopee 2015

Mijn gedicht ‘Kamer 832’, dat verscheen bij Kluger Hans in 2014, werd genomineerd voor de Melopee Poëzieprijs 2015. Melopee – poëzieprijs gemeente Laarne is een jaarlijkse prijs voor poëzie, uitgeschreven door de gemeente Laarne. Hij bekroont het meest beklijvende, oorspronkelijke Nederlandstalige gedicht verschenen in een Vlaams literair tijdschrift.

 

Kamer 832

Ik zag haar blik, en wist: de dood kan
nooit groter zijn dan haar ogen.

Die hand, die vrijgevige hand
waarin zoveel speculaas had gelegen
klampte zich vast aan de laatste
lettergreep van dit leven.

Naast haar bed: een speld, een kam
een spiegel. Ik had haar kleren uitgekozen
en haar nagels kleur gegeven. Ik zei
God hoeft niet zo lelijk te zijn
als hij jou deed geloven. En zij lachte.

Ik gaf een kus, tekende met vaste hand
de broodnodige papieren en een uur later
keek ik naar haar uitgewoonde lichaam

een lichaam, zo mager van gezwellen
dat de tijd haar haast vergat te vellen.

Hans Verhagen, Citadel, 1.

Weer een gedicht om te koesteren. Het is het eerste gedicht uit de bundel ‘Citadel’ van Hans Verhagen:

1.

Voor overlevenden ligt de wereld er vol mierzoete hyena’s bij.

Leven in lagen en laden met curven en bogen
maakt stapelen noodzaak
wil men niet via onzalige sociale sacrilegiën
in en uit mekaar worden geraakt.

Iedereen stapelt, zich trakterend op het recht tot accumulatie,
torenhoog soms, stapelt zich een burcht van hebzucht,
jongetjes die dromen van verhoging van de rentevoet –

bolwerk dat bevochten, invloed die vermenigvuldigd moet,
verkeerd begrepen paradijzen waar het halfgeslachte meisjes regent,
paleisjes waar het bloeddorst brainstormt…

Iedereen wil worden tegen wie hij optornt.

Kleine publicatieupdate

Er zal hier en daar wat werk verschijnen van mijn hand:

Kluger Hans neemt in zijn juli-nummer enkele gedichten van mij op

De e-zine Meander zal hetzelfde doen, maar deze gedichten zullen vergezeld zijn van een interview

Ik kreeg ook bericht dat Het Liegend Konijn in zijn eerste jaargang van 2015 gedichten van mij zal opnemen

 

Kortom, u kunt het best allemaal een beetje in de gaten houden.

Boek van de kou

Ik lees momenteel de bundel ‘Boek van de kou’ van de Spaanse dichter Antonio Gamoneda. Er zijn gedichten die je moet delen, en dit is er zo eentje:

Ik sta naakt voor roerloos water. Ik liet mijn kleren achter in de stilte van de
laatste takken

Dit was het lot:

de oeverrand bereiken en het kalme water vrezen.

Uit ‘Boek van de kou’, Antonio Gamoneda, vert. door Bart Vonck

Wat mij zo fascineert aan dit gedicht is de stilte ervan (roerloos, stille takken). Tegelijk zit er een enorme spanning tussen de oevers en de rivier, ik lees het als een symbolische voorstelling van het leven als onderbreking van de tijd. Het leven lijkt niet meer dan een kalme, roerloze onderbreking van de stilte, een stille onderbreking. Al is het onduidelijk in welk fase van het leven we ons bevinden (begin of einde?). Zulke paradoxen zijn eigen aan zijn poëzie. De naaktheid van het leven heeft iets kwetsbaar in eerste instantie, maar die kwetsbaarheid wordt in de laatste twee zinnen genuanceerd. Het geeft het hele gedicht, het leven en de dood een zachte kleur (het kalme water <-> vrezen). Het is een esthetisering van iets onbevattelijk. Het gebruik van een tegenwoordige en verleden tijd vergroot deze spanning. Ik vermoed dat dit gedicht wel minder hermetisch is dan de meeste gedichten uit zijn bundels. Vermoedelijk omdat de autobiografische elementen hier niet zo erg in spanning staan met de poëzie op zich.