Een nieuwe lente, een nieuw geluid? Maarten van der Graaff / Dood Werk

Dit najaar verscheen de nieuwe bundel ‘Dood Werk’ van Maarten van der Graaff (1987). Van der Graaff is niet meteen een conventioneel dichter, integendeel. Zijn poëzie wordt vaak omschreven als hermetisch en experimenteel. Die tweede eigenschap zou wel eens kunnen kloppen. Maar wat moeten we nu eigenlijk met een auteur die een bundel uitbrengt, getiteld ‘Dood Werk’?

dood-werk-maarten-van-der-graaff-boek-cover-9789025445782

Wat meteen opvalt is de soberheid van de bundel. Geen foto van de auteur te bespeuren, noch biografische gegevens. Ook geen arty flaptekst waarin een aantal woorden met elkaar in verband worden gebracht die helemaal niets met elkaar te maken hebben. Nochtans, deze bundel is daar perfect voor geschikt. Ik zeg maar: ‘Wat hebben Jezus, kapitalisme en David Foster Wallace gemeen met elkaar?’ Zoiets. Hier dus niet. De titel wordt meteen al zes keer vermeld op de voorpagina. In totaal telt de bundel twee delen: ‘Lijsten’ en ‘Geklokte gedichten’. De bundel opent met twee quotes. Die van Chris Kraus is hier het interessantst: ‘I want to make the world more interesting than my problems. Therefore I have to make my problems social.’ Deze quote geeft al een goed beeld van de intenties van van der Graaff. Of zoals hij het zelf schrijft in ‘Tiende Geklokt Gedicht, waarin David Foster Wallace voorkomt’: Toch is er een sociale ruimte die ik niet begrijp. / Ik wil schrijven voor wie zich / daarin begeven.

 

VERNIETIGING IS ONZE MONDIGHEID

Als ik zelf aan lijstjes denk, dan denk ik aan zaken die ik nog moet doen. En zo lees ik ook het eerste deel van ‘Dood Werk’. Het is een oproep. Van der Graaff is inderdaad een beetje een fascist. Hij is anti-persoonlijk, anti-modernistisch, antikapitalistisch en anti-poëticaal. Daartegenover plaats Van der Graaff zijn eigen zoektocht naar datgene wat ons bindt, de gemeenschap. Hij weet niet goed hoe dat moet doen, hij weet wel wat hij wil bereiken: de totale oplossing van het ik in de samenleving en de kunst. Of andersom. Voor die totale oplossing is er een nieuwe poëzie nodig en moeten er vooral heel wat aanslagen plaatsvinden op heilige huisjes. Hij wil ons bevrijden uit onze kankercel waarin hij, ik en wij geboren zijn.
‘Lijsten’ is een status quo van zijn eigen leven, de samenleving en de poëzie. En hoe die met elkaar kunnen verbonden worden tot een nieuw gezond lichaam. De bundel begint met het gedicht ‘Lijst met feiten’. De opening gaat als volgt:

Dit is de vroege eenentwintigste eeuw
en ik loop naar buiten.

Het lichaam van de heilige Drievuldigheid bevindt zich duidelijk buiten, in de samenleving. Deze opening is een statement. De dichter verlaat de huiskamer, gaat de wereld in. Letterlijk. In datzelfde gedicht schrijft hij iets later: Hoe kan een eeuw zo schel en kankerachtig/aan haar bloei beginnen? Feit is ook dat ik begonnen ben. / Dit is ook mijn eeuw. Het begin van een eeuw verbindt van der Graaff aan zijn eigen geboorte van zijn eigen lichaam. Het persoonlijke is exemplarisch voor het collectieve kankerlichaam. Van der Graaff wil ons (en dus ook zichzelf) genezen. Zoals ik al zei, hij is een kleine fascist in zijn zoektocht naar een nieuw gemeenschappelijk lichaam. Zijn anti’s staan altijd in verhouding tot zijn persoonlijke leefwereld, zijn poëzie is reactief. Zo schrijft hij: Niet mama die met papa aan komt lopen./ Niet mama die met papa dichterbij komt. Een duidelijke afstand tot de (literaire) ouders. En hij is ook nog eens anti-modernistisch:

Alles in mijn kamer is goed.
Ik hoef alleen maar
plaats te nemen.
Het is een geschikt moment
maar ik laat het voorbijgaan.
Alles is er klaar voor
maar ik kom niet opdagen.

Dit kan je perfect lezen als een afkeer van ‘the decisive moment’. Veel kunstenaars zochten in het modernisme naar een beslissend moment in tijd en ruimte. Het werk wilde op die manier zijn omgeving vatten. Van der Graaff laat die momenten liefst aan zich voorbijgaan. Waarom? Omdat hij zelf verward is, omdat zijn omgeving verward is, en daarom houdt van kunst die verward is, die niet goed weet wat ze wil. Het modernisme was elke voeling met de samenleving verloren. Ook een thema dat bij H.H. ter Balkt (een literaire voorvader van van der Graaff) aan bod komt.
Hij is ook antikapitalistisch. Hij schrijft: De vijand blijft voor onze ogen bedekt./Voor mijn ogen en die van mijn baas. Dit zorgt voor een voortdurende dreiging/die de grondtoon is van ons lied./Wij noemen het ‘Werk: een lied.’ De kapitalistische samenleving maakt ons blind, bedreigt ons en wij bezingen deze dreiging als makke meegaande lammetjes. Een werkromantisch kapitalisme. En ook het culturele milieu moet er aan geloven: Ik zou een illegale poëziebijeenkomst willen organiseren,/maar omdat het opstandige en geheime/gefetisjeerd worden door cultuurproducenten/heb ik er geen zin in. Van der Graaff eet alles op. Hij eet de samenleving op en wil in zijn lichaam tot een nieuwe samenleving komen. En geeft zijn lichaam ook aan de samenleving: Een heel mooi geluid komt dichterbij (/doorzeefd wil ik passanten trakteren op mijn ingewanden). En op zijn beurt eet hij dan weer de kunst op. Dit vind ik exemplarisch voor van der Graaffs poëzie (en wat een beeld!):

Nu de kunst mij opeet
zoek ik de achterdeur of de binnenzak
van dat lichaam.

Hij wil een nieuwe blik op de samenleving, de kunst en het individu: ’s Nachts ontneem ik mij het zicht. /Bij daglicht leg ik mijn ogen af. Dat is de zoektocht van Van der Graaff naar een nieuw, collectief lichaam. Een zoektocht waarvan hij trouwens heel onzeker is: Een natte schoen op iets glads. Natuurlijk ziet van der Graaff zich als een soort martelaar. Hij doet het dode werk van een dode plant. Over hem zal iets vruchtbaar groeien. En wat nu?

 

KLOKKEN VAN HET TIJDELIJKE

Dat weet van der Graaff niet. Het nieuwe lichaam is een lichaam waar er geen onderscheid meer is tussen, poëzie, samenleving en individu. Veel poëzie heeft de neiging om bepaalde gedachten te formuleren die zich verheffen boven de tijd, boven de ruimte. Kortom, veel poëzie is op zoek naar het tijdloze, naar de eeuwigheid. Van der Graaf is op zoek naar het lichamelijke, dat waar de tijd invloed op heeft en sporen in nalaat, naar de ruis, naar her oppervlak. Het is verbonden aan het sterfelijke. In het tweede deel, de geklokte gedichten, gaat hij dan naast zijn regels de specifieke tijdstippen vermelden waarin bepaalde regels zijn ontstaan. De regels geven soms inzicht, soms niet. Ze spreken elkaar tegen, zijn zoals elk individu en de samenleving: verwarrend. In het ‘Eerste Geklokte Gedicht, waarin gepraat wordt met Jack Spicer en de Noordzeegedichten verschijnen’, schrijft hij:

Ik klok het gedicht om vrij te zijn. Ik weet niet of de klok van Mars komt
Maar ik hou van jou.
Ik hou van jou en maak een bed voor ons,
dat in ieder geval zal bestaan
uit mooi, donker hout
en een kussen waaronder ik mijn zelfmoordbrief verstop.

Wat moet je hier nu mee? In de geklokte gedichten moet je in ieder geval niet overal op zoek gaan naar betekenis. Of zoals de andere quote – van Dorothea Lasky, die de bundel voorafgaat, zegt: Poets should get back to saying crazy shit/All the time. Soms komen zijn regels dus van Mars. Dat is een geruststelling. Iemand houdt van je, en maakt een bed voor ‘ons’ waarin een zelfmoordbrief ligt van de ‘ik’. Logisch. De ‘ik’ bestaat niet meer in het collectieve lichaam. Haast romantisch: de ik en de jij versmelten tot een ‘ons’ in een bed, een geslachtsdaad. En die geslachtsdaad wordt om 13u13 in hetzelfde gedicht dan weer gekoppeld aan mensen die rijexamen afleggen en mensen die taartrecepten uitproberen. Tijdelijke gedachten worden verbonden aan even tijdelijke lukrake handelingen. Zijn verbindingen zijn vrij gekozen, conform de eenheid tussen poëzie en samenleving is elke verbinding, hoe absurd ook, dan ook correct. Alles is poëzie, alles is realiteit. Soms zegt die verbindingen niets dan absurditeit:

Gin-tonic
Gin-tonic
Gin-gin-tonic.
Cat the Night Huntress en ik
houden van gin-tonic.

en soms is de absurditeit raak:

Op een heldere ochtend fiets ik een wak in,
op zoek naar solidariteit met de verijsde lichamen.

En soms is er helemaal niets absurd:

Oefening: zoek vandaag op het station,
In de bibliotheek of het gebouw waar je werkt,
naar een gezicht dat je zou willen vergeten
omdat het een koppige hoop uitstraalt
die ongegrond is.

Bij zulke zinnen denk ik: ja, dat is er knal op. In het nieuwe lichaam zijn er nog altijd mensen die een koppige hoop uitstralen, die in de kanker van hun tijd leven. Die geloven in individualiteit en kapitalisme. Zoek ze op, en probeer ze te vergeten. Als je in bed aan hen blijft denken, aldus van der Graaff, ben je nog niet volwassen. Twaalf op tien. In zijn geklokte gedichten heeft van der Graaff tenslotte ook de angst dat zijn gemeenschap belandt in een of andere doofpot van een kapitalistische kok.

Ik woon in Nederland.
Ik ben een geheim
dat wordt bewaard door bepaalde
gemeenschappen die niet willen delen.

 

EEN NIEUW GELUID

Omdat Van der Graaff zijn werk – arbeid en poëzie betekenen hier hetzelfde – verbonden is aan het tijdelijke, is het al dood wanneer het verschijnt, overwoekerd door nieuwe tijdelijk-heden. Van der Graaff geeft hier een totaal nieuwe visie op het dichterschap, wars van alle ijdelheid en streven naar eeuwigheid, roem en onsterfelijke verzen. Die hebben namelijk meer weg van gewapend beton of monumenten of beschermde burgerlijke woningen. Van der Graaff zijn gedichten zijn arbeiderswoningen, is Street Art. Het is een brievenbus waaronder om de zoveel tijd een nieuwe naam wordt geplaatst. Van der Graaff wil de martelaar zijn die door zijn broeders en zusters vergeten wordt. En hij weet die broeders en zuster goed te verzamelen. Zo publiceerde hij recent gedichten van Dominique De Groene op zijn literair platform ‘Samplekanon’. Een debuut. Zij schrijft bijvoorbeeld dit:

Ik slik.
De Europese richtlijnen voor laagcalorische zoetstoffen
zijn nu in mijn lichaam
en verbinden mijn lichaam
met andere lichamen
die hen ook bevatten.

Herkent u het? Jazeker. Dat is de bedoeling. Dichters die collectief hetzelfde doen en hem overwoekeren. Vernietiging is zijn mondigheid. De openingszin van deze bundel is voor mij nu al even iconisch, even historisch als de openingszin die Herman Gorter schreef in ‘Mei’. Een nieuwe lente en een nieuw geluid. Of zoals van der Graaff schrijft in ‘Dood Werk’:

Heel mooi geluid op
de bodem van het publieke,
waartoe ik gezonken ben
in mijn waanzinnige liefde.

Advertisements

2 reacties op “Een nieuwe lente, een nieuw geluid? Maarten van der Graaff / Dood Werk

  1. Kamiel Choi schreef:

    imposant werk voor een dichter van nog geen 30. ik vind de beelden die die, overigens mooie, recensie citeren niet zo sterk als bijvoorbeeld Pfeiffer of Benders. Misschien komt het doordat de obsessie met het heilige lichaam dat dan voor de samenleving (in)staat een afgekloven religieus cliché is?
    Soms zegt hij het te intellectualistisch en lijkt het meer op een filosofie-essay met regelafbraak dan op poëzie – ik hoop dat Van der Graaf nog meer en gedurfder “crazy shit” gaat zeggen
    (in de zin van http://kamiel.creativechoice.org/files/2015/03/whileishouldhaveslept.pdf)

  2. bobvandenbroeck schreef:

    Goh, een religieus cliché zou ik het niet noemen. Er is eigenlijk nooit iets evenwaardig in de plaats van religie gekomen, iets dat ons op een gelijkaardige manier verbindt. Daarom vind ik die zoektocht naar een nieuw lichaam net relevant en actueel.
    Het klopt inderdaad wel dat zijn poëzie veel weg heeft van een essay. Dat is ook de bedoeling. Zijn kompaan Frank Keizer schrijft op (en over) een gelijkaardige manier. In de laatste Poëziekrant besprak Willem Thies die bundel van Keizer. Hij haalt aan dat net door de essayistische vorm de poëzie niet te onderscheiden is van het redeneren en reflecteren. Waardoor er een soort eenheid ontstaat tussen individu, poëzie en realiteit. Van mij mag Van der Graaff inderdaad ook wel lekkere crazy shit gaan zeggen!

    Ik ga nu Benders eens lezen. Ligt al een tijdje klaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s